Naast de Wet DBA, die al geldt, is er de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR). Deze wet – die naar verwachting in 2027 in werking treedt – maakt wettelijk duidelijker wanneer iemand als werknemer wordt beschouwd en wanneer als zelfstandige. De VBAR codificeert criteria die rechtbanken en de Belastingdienst al hanteren, maar die tot nu toe niet expliciet in de wet waren vastgelegd. Dit geeft meer rechtszekerheid – maar ook minder ruimte voor grijs gebied.

Verschil met Wet DBA: De Wet DBA regelt het handhavingsproces (wie controleert en handhaaft). De Wet VBAR regelt de materiële norm: wat maakt iemand wettelijk gezien werknemer of zelfstandige?

De drie VBAR-criteria

De Wet VBAR introduceert drie hoofdcriteria om een arbeidsrelatie te beoordelen. Als een arbeidsrelatie aan alle drie criteria voldoet, is er sprake van een werknemer – ongeacht wat de partijen zelf hebben afgesproken in hun overeenkomst.

1
Ondergeschiktheid (gezagsverhouding)
De opdrachtgever geeft instructies over hoe, waar en wanneer het werk wordt verricht. Er is sprake van toezicht en controle. De opdrachtnemer kan niet zelfstandig beslissen over de werkwijze.
2
Inbedding in de organisatie
De werkzaamheden maken structureel onderdeel uit van de normale bedrijfsvoering van de opdrachtgever. De opdrachtnemer verricht arbeid die ook door vaste werknemers wordt verricht of kan worden verricht.
3
Niet-zelfstandig ondernemerschap
De opdrachtnemer heeft geen echt ondernemersrisico: geen investeringen, geen meerdere opdrachtgevers, geen aansprakelijkheid voor bedrijfsrisico's. De inkomsten zijn volledig afhankelijk van één opdrachtgever.

Hoe werken de criteria samen?

De drie criteria worden in samenhang beoordeeld. Ze zijn niet als een checklist bedoeld waarbij je bij twee van de drie al werknemer bent. De totale context bepaalt de kwalificatie. Rechters gebruiken al jaren het zogenoemde holistische toetsingsmodel: alle relevante feiten en omstandigheden wegen mee. De VBAR geeft dit model een wettelijke basis.

Praktisch voorbeeld: iemand die vijf jaar lang drie dagen per week bij één bedrijf werkt, instructies krijgt van de leidinggevende, geen eigen klanten heeft en geen investeringsrisico loopt, zal vrijwel zeker als werknemer worden gekwalificeerd – ook als er een zzp-contract is gesloten.

Wat verandert er met de VBAR?

De VBAR brengt op zichzelf weinig nieuws – rechtbanken werken al decennia met vergelijkbare criteria. Maar door ze in de wet op te nemen, wordt:

VBAR en het begrip 'zelfstandige'

De VBAR maakt ook duidelijker wanneer iemand wél als echte zelfstandige kan worden beschouwd. Indicatoren voor echte zelfstandigheid zijn:

Inwerkingtreding: verwacht 2027

Het wetsvoorstel VBAR is in 2025 en 2026 in behandeling bij het parlement. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027, gelijktijdig met de Wet meer zekerheid flexwerkers. Of deze datum gehaald wordt, is afhankelijk van de voortgang van het wetgevingsproces. Houd de updates bij via rijksoverheid.nl of standin.works/kenniscentrum.

Gevolgen voor de uitzendbranche

Voor uitzendkrachten en recruitmentbureaus is de VBAR minder relevant dan voor de zzp-markt, want de arbeidsrelatie via een bureau is per definitie een dienstverband: het bureau is de werkgever, de uitzendkracht is de werknemer. Er is geen discussie over kwalificatie. Dat is juist een van de voordelen van werken via StandIn: volledige juridische zekerheid over de arbeidsrelatie.

Meer weten over jouw rechtspositie als uitzendkracht of werkgever?

StandIn geeft je helderheid over je arbeidsrelatie. Neem contact op via WhatsApp of onze contactpagina.

WhatsApp StandIn Contact opnemen