De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) is de fundamentele wet die de spelregels bepaalt voor de uitzend- en recruitmentbranche in Nederland. De wet regelt wie arbeidskrachten mag bemiddelen, onder welke voorwaarden dit mag en welke rechten uitzendkrachten en werkzoekenden hebben. De Wtta (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten) bouwt voort op de Waadi door er een vergunningsstelsel aan toe te voegen.

Volledige naam: Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi), in werking getreden in 1998 en sindsdien meerdere malen gewijzigd.

Wat regelt de Waadi?

De Waadi heeft drie kernonderdelen:

1. Gelijk loon voor gelijk werk

De Waadi schrijft voor dat een uitzendkracht recht heeft op een gelijkwaardige beloning als de werknemers die in dienst zijn van de inlener en hetzelfde of gelijkwaardige werkzaamheden verrichten. Dit recht is nader uitgewerkt in de CAO voor Uitzendkrachten: de overgang van de inlenersbeloning naar het systeem van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden in 2026 bouwt voort op dit Waadi-principe.

Het gelijkloonsbeginsel is een fundamenteel recht dat niet door een individuele arbeidsovereenkomst kan worden weggecontracteerd. Zelfs als een uitzendkracht akkoord gaat met een lager loon, geldt het Waadi-recht op gelijk loon.

2. Verbod op bemiddelingskosten voor werkzoekenden

Een cruciaal recht: recruitmentbureaus mogen geen kosten in rekening brengen bij werkzoekenden voor de bemiddeling naar werk. Dit verbod beschermt werkzoekenden, en met name kwetsbare groepen zoals arbeidsmigranten, tegen uitbuiting. Bureaus die toch kosten rekenen (zoals 'inschrijfgeld', 'plaatsingskosten' of 'administratiekosten') handelen in strijd met de Waadi.

De enige uitzondering: kosten voor aanvullende diensten die de werkzoekende vrijwillig en expliciet heeft gevraagd (zoals een specifieke opleiding) mogen wel worden doorberekend, maar alleen als de werkzoekende hier schriftelijk mee heeft ingestemd.

3. Eisen aan intermediairs (recruitmentbureaus)

De Waadi stelt eisen aan partijen die arbeidskrachten ter beschikking stellen:

De relatie tussen Waadi en Wtta

De Wtta (2027) voegt aan de Waadi een vergunningsstelsel toe. Waar de Waadi zegt "je moet aan deze regels voldoen", zegt de Wtta "je mag alleen actief zijn als je dit kunt aantonen via een officiële toelating". De Wtta trekt dus de handhaving strakker aan.

Concreet: alle verplichtingen uit de Waadi (gelijk loon, geen bemiddelingskosten, identificatie) blijven gewoon bestaan. De NAU-toelating is een extra laag: bureaus die de Waadi-verplichtingen niet nakomen, komen ook niet door de NAU-toetsing.

Handhaving van de Waadi

De handhaving van de Waadi berust bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Bij overtredingen kan de inspectie:

Waadi en werkzoekenden: jouw rechten

Als werkzoekende heb je op basis van de Waadi de volgende rechten:

Overzicht Waadi kernpunten

  • Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, in werking 1998
  • Gelijk loon voor gelijk werk (basis voor gelijkwaardige AVW-regels 2026)
  • Verbod bemiddelingskosten voor werkzoekenden
  • Eisen aan bureau: identificatie, administratie, meldingsplicht
  • Wtta bouwt voort op Waadi door vergunningsstelsel toe te voegen

Vermoedt je dat je bureau de Waadi overtreedt?

Bij StandIn worden alle Waadi-verplichtingen nageleefd. Werk je met een ander bureau en heb je twijfels? Neem contact op.

WhatsApp StandIn Contact opnemen